Stamreeks Schelling

Stamreeks Schelling

Generatie XI

Huwelijk Schelling-Beekenkamp Pieter Arie (Pieter) Schelling, geb. te Honselersdijk aan de Dijkweg 84 op 6 jul 1956, buschauffeur bij Westnederland (1978-1987), buschauffeur en trambestuurder bij HTM (1987-2004), planner en procesplanner bij HTM (2004-2014), trambestuurder en buschauffeur bij HTM vanaf 2014,

tr. te Rijswijk op 2 jun 1976 met Lena Elizabeth (Leny) Beekenkamp, dr. van Willem (Wim) Beekenkamp en Elizabeth (Bep) Sepers, geb. te Rijswijk aan de Tulpstraat 67 op 22 okt 1951, verkoopmedewerkster bij V&D en 3-Suisses (1967-1983), kosteres van de Oude Kerk te Rijswijk (1983-2001), medewerkster in de bejaardenzorg bij bejaardencentrum Onderwatershof (2001-2006), verkoopmedewerkster vanaf 1 apr 2008.

Generatie X

Huwelijk Schelling-Langenberg David (Daaf) Schelling, geb. te Zuid-Beijerland op 25 okt 1923, ged. aldaar op 11 mei 1924, landarbeider, veilingknecht en magazijnchef, woont Dijkweg 84 te Honselersdijk (1956-1961), woont Ruychaverstraat 11 te Vlaardingen (1961-1968), woont Franckstraat 59, Offenbach 14 en Tulp 21 te Naaldwijk (1968-1983), ovl. te Naaldwijk op 14 mrt 1983, begr. aldaar op 18 mrt 1983,

tr. te Naaldwijk op 4 jan 1956 (getuigen: zijn broer Pieter (Piet) Schelling en haar broer Arie Langenberg) met Lena (Lenie) Langenberg, dr. van Arie Langenberg en Jannetje Boers, geb. te ‘s-Gravenzande op 4 jun 1926 op het adres Sandambachtstraat 96, ovl. te Honselersdijk op 3 nov 1998, begr. te Naaldwijk op 7 nov 1998.

Generatie IX

Huwelijk Schelling-Visser 40 jaar

Pieter Schelling, geb. te Numansdorp op 27 apr 1884, landarbeider, woont te Zuid-Beijerland van 1911 tot 1944 in de buurtschap Zwartsluisje, woont te Naaldwijk vanaf 1944, ovl. te Naaldwijk op 8 sep 1953, begr. aldaar op 12 sep 1953,

tr. te Zuid-Beijerland op 27 apr 1911 met Johanna (Hanna) Visser, dr. van Johanna (Hanna) de Regt, geb. te Zuid-Beijerland op 18 sep 1888, ged. aldaar op 11 nov 1888, gewettigd te Zuid-Beijerland op 27 apr 1894 tot Johanna Visser door het huwelijk van haar moeder met Cornelis Visser, ovl. te Naaldwijk op 12 feb 1974, begr. aldaar op 15 feb 1974.

Johanna Visser is geboren als Johanna de Regt, buitenechtelijke dochter van de ongehuwde dienstbode Johanna de Regt. Als haar moeder op 27 april 1894, zes jaar na haar geboorte, trouwt met Cornelis Visser wordt zij bij dit huwelijk gewettigd (maar niet erkend) tot Johanna Visser. Johanna groeit vervolgens op bij haar grootvader Nikolaas de Regt en niet bij haar moeder en diens echtgenoot.

Het gezin Schelling-Visser woonde in huis B197 in de buurtschap Zwartsluisje, halverwege Zuid-Beijerland en Piershil. De kinderen ging in Piershil naar school en vader was landarbeider en werkte aan huis bij als kleermaker. In 1944 moest men op slag van de Duitse bezetters het huis verlaten en het gezin verhuisde naar Naaldwijk. Eerst woonde men aan het Monsterschepad in een verbouwde schuur bij tuinder van Nieuwkerk en sinds februari 1947 in de Druivenstraat 96.

Generatie VIII

gezin schelling-liefting Gerrit Schelling, geb. te Klaaswaal op 2 dec 1844, arbeider, woont te Klaaswaal (1872-1879), woont te Westmaas (1879-1881) in huis 152, woont te Numansdorp (1881-1884) in huis B 96, woont te Nieuw-Beijerland (1884-1897) in huis 324 aan de Zuidzijde en hij werkte toen bij Dankert Sneep en te Zuid-Beijerland vanaf 1897 (wijk B huis 63, later 110), ovl. te Zuid-Beijerland op 24 mrt 1924 (aangegeven door zijn zoon Pieter Schelling), begr. te Zuid-Beijerland op 27 mrt 1924,

tr. te Zuid-Beijerland op 30 aug 1872 met Lena Liefting, dr. van David Liefting en Sijgje Weeda, geb. te Numansdorp op 5 mei 1850, ovl. te Zuid-Beijerland op 7 aug 1911 (aangeven door haar echtgenoot Gerrit Schelling).

Generatie VII

Rochus Schelling, geb. te Zuid-Beijerland op 13 mrt 1794, ged. aldaar op 16 mrt 1794 (getuige: Maartje Rokus Schelling), bouwman op de hoeve Bouwlust aan de Molendijk 2 te Zuid-Beijerland tot 1830, bouwman aan de Bommelskoussedijk 64a te Numansdorp vanaf 1835, melkboer en arbeider te Klaaswaal, ovl. te Klaaswaal op 15 jan 1861,

tr. (1) te Zuid-Beijerland op 19 apr 1821 met Adriaantje Duijmelaar, dr. van Arie Hendriksz Duijmelaar en Gieltje van der Giessen, geb. te Zuid-Beijerland op 17 apr 1801, ged. aldaar op 19 apr 1801 (getuige: de vader zelf), ovl. te Klaaswaal op 29 apr 1834.

Rochus Schelling was bouwman, eerst aan de Molendijk 2 te Zuid-Beijerland op het bedrijf van zijn schoonvader de hoeve “Bouwlust”. In 1830 vertrok hij naar de Bommelskoussedijk 141 te Klaaswaal en in 1835 naar de hoeve aan de Bommelskoussedijk 64a in Groot Cromstrijen onder Numansdorp, welke hij aankocht van Klaas Pluimert. Rochus Schelling was tevens ouderling, diaken en diakonie-armmeester te Klaaswaal.
Op 16 januari 1835 kocht Rochus Wz. Schelling bouwmanswoning no. 79 met 2.65 ha in Groot-Cromstrijen te Numansdorp. Op 30 december 1842 verkocht Rochus Wz. Schelling aan Pieter Schouten, bouwman te Goudswaard, bouwmanswoning met 2.65 ha in Groot-Cromstrijen te Numansdorp voor f 2.600,=.
In de. nalatenschap van zijn schoonmoeder Gieltje van der Giessen in 1848 wordt Rochus Schelling, melkboer te Klaaswaal, genoemd als voogd over zijn minderjarige zoon Willem Schelling verwekt bij wijlen zijn huisvrouw Adriaantje Duijmelaar.
Als Rochus Schelling, arbeider te Klaaswaal en echtgenoot van Lijntje in ’t Veld overlijdt op 15 januari 1861, wordt er een certificaat van onvermogen afgegeven, d.w.z. er zijn geen successierechten verschuldigd over zijn nalatenschap. Over zijn nagelaten minderjarige kinderen worden op 6 februari 1862 voogden benoemd.

tr. (2) te Klaaswaal op 10 okt 1835 met Lijntje Visser, dr. van Jan Laurensz Visser en Aalbertje Jansdr Lagestee, geb. te Klaaswaal op 27 jan 1803, ged. aldaar op 6 feb 1803, ovl. te Numansdorp op 7 nov 1836,

tr. (3) te Numansdorp op 12 mei 1839 met Lijntje in ’t Veld, dr. van Lijntje in ’t Veld, geb. te Strijen op 19 sep 1817, ged. aldaar op 23 nov 1817 (getuige: haar oma Neeltje Buitendijk), ovl. te Klaaswaal op 23 nov 1890.

HuwAkte1839-0006 Schelling-in 't Veld

Generatie VI

Willem Rochusz Schelling, geb. te Klaaswaal op 29 nov 1761, ged. aldaar op 6 dec 1761 (getuige: Bastiaantje Schelling), heemraad (1796-1828) en dijkgraaf (1828-1835) van de polder Klein Zuid-Beijerland, bouwman op de hoeve “Klein Zuid-Beijerland” aan de Noorddijk te Zuid-Beijerland van 1792 tot 1825, ouderling (1809-1817) en diaken (1811-1817) te Zuid-Beijerland, ovl. te Zuid-Beijerland op 11 mrt 1835, begr. aldaar (graf nr. 9),

otr. te Zuid-Beijerland op 3 apr 1792 en op 4 mei 1792 te Mijnsheerenland (impost beiden f 30), tr. te Mijnsheerenland op 27 mei 1792 met Pietertje Leendertsdr de Jong, dr. van Leendert Jansz de Jong en Catharina (Kaatje) van der Bom, ged. te Mijnsheerenland op 21 jul 1771 (getuige: Lijsbeth van der Bom), ovl. te Zuid-Beijerland op 16 jul 1843.

DTB Mijnsheerenland 4-149

Willem Schelling deed belijdenis te Klaaswaal op 24 mrt 1786. Bij zijn huwelijk wordt hij vermeld als “geboren te Klaaswaal en wonende den Hitsert”, hij vertrekt op 30 sept 1792 met attestatie naar Zuid-Beijerland. Het echtpaar maakt op 7 jan 1793 een mutueel testament. Willem Schelling is sinds 1792 bouwman op de hoeve “Klein Zuid-Beijerland” aan de Noorddijk (ook wel Moffendijk) te Zuid-Beijerland. Hij is niet onbemiddeld, want in 1810 komt hij voor op de lijst van de 600 hoogst aangeslagenen in de belasting van Zuid Holland (1215 francs).
Zijn oudste zoon Rochus volgt hem op, maar vertrekt in 1830 met zijn gezin naar Klaaswaal. Willem Schelling overlijdt in 1835 en zijn weduwe Pietertje de Jong zet nu het bedrijf voort. De nalatenschap van Willem Schelling wordt gescheiden bij onderhandse akte op 27 sept 1835, het vruchtgebruik komt aan de kinderen
.

Op 11 juni 1843 wordt het testament opgemaakt van Pietertje de Jong, waarin zij aan haar zoon Rochus Schelling het “regt en gebruik van bewaring” vermaakt van huis e.d. aan dijk Klein Cromstrijen te Klaaswaal. Op 4 september van datzelfde jaar wordt de inventaris van haar nalatenschap opgemaakt. Op 7 mei 1844 vond de openbare verkoping plaats van paarden, beesten, bouw- en melkgereedschappen bij wijlen de weduwe Schelling aan de Moffendijk en op 28 aug 1844 volgde de boedelscheiding van Pietertje de Jong. De ongehuwde Jacob erft de bouwmanswoning no. 8 met de daarachter gelegen landerijen, broer Arie krijgt de percelen naast de hoeve.

Generatie V

Rochus (Rokus) Arijsz Schelling, geb. te Oud Cromstrijen onder Klaaswaal op 11 jun 1705, ged. te Klaaswaal op 14 jun 1705 (getuige: Neeltje Leenderts Sneukelaar), bouwman te Klaaswaal (verm. aan de Dansersweg) en hij gebruikte land in Klein- en Oud-Cromstrijen, schepen te Klaaswaal in 1740, heemraad in 1741 en in 1754, dijkgraaf van de polder Oud-Cromstrijen met Oud-Beijerland bedijkt van 1743 tot 1786, kerkmeester in 1740, diaken in 1744, ouderling van 1754 tot 1774, ovl. te Klaaswaal op 14 nov 1786, zijn overlijden wordt op 18 nov 1786 aangegeven door zijn zoon Arij Schelling (impost f 30),

tr. te Heinenoord op 11 mei 1738 met Neeltje Jansdr Troost, dr. van Jan Jacobsz Troost en Maike Willems Kennis, geb. op 1 okt 1717, ged. te Heeroudelandsambacht op 3 okt 1717 (getuige: Ariaentie Jacobs huijsvrouw van Clement Dirks Bollaert), woont te Heinenoord in 1738, ovl. te Klaaswaal op 19 feb 1776, begr. aldaar op 23 feb 1776.

In de Ned. Herv. Kerk te Klaaswaal bevindt zich een zilveren doopbekken, door de kinderen van Rochus Schelling en Neeltje Troost geschonken in 1787.

dv2 dv1

In dit doopbekken zijn de tegen elkaar leunende wapens van de familie Schelling en Troost gegraveerd met daaronder de tekst:
Ter Gedachtenis van Rokus Schelling en Neeltje Troost.
Op de onderzijde van het doopbekken:
Ten gebruike.
van ’t bondzegel des.
H.doop uit de Nalatenschap.
en ter gedachtenis van Rokus.
Schelling in leven Dijkgraaff van.
Oud-Cromstrijen met Beijerlandt bedijkt.
obiit 14 November 1786 oud 81 Jaaren 5.
Maanden zijn huisvrouw Neeltje.
Troost obiit 19 Februarij 1776.
oud 58 Jaaren 5 Maanden.
Aan de Diaconie verEert door deszelfs Kinderen als erfgenamen Arij Schelling Gehuwt met Aaltje Schrijver / Willem van der Stoep gehuwt met Maartie Schelling Jan Schelling Gehuwt met Bastiaantje Niemansverdriet / Jacob Schelling Gehuwt met Lysebet Vos Klaas Schelling Gehuwt met Jannetije de Koning / Willem Schelling Gehuwt met Pietertie de Jongh.
En op dezelfde rand van de onderzijde:
En zijn deself Kindere het Eerst er uyt Gedoopt en genaamt Barbara en Adriana twelinge op den 28 Meij Geboore. Gedoopt den 3 Junij 1787 / in de Diaconie van Klaas Waal. Overgegeve op 2 Junij 1787.
Deze doopschaal wordt heden ten dage nog steeds gebruikt in deze in 1993/1994 fraai gerestaureerde kerk van Klaaswaal
.

Generatie IV

Arij Claesz Schelling, ged. te Westmaas op 27 jul 1669 (getuige: Maijken Ariens), bouwman aan de Danserweg onder Klaaswaal, schepen en ouderling te Klaaswaal, diaconie-armmeester heemraad van Cromstrijen, Strienmond en Greup, heemraad van Oud Beijerland, dijkgraaf van Oud Cromstrijen, woont te Oud Cromstrijen onder Klaaswaal, ovl. te Klaaswaal op 2 apr 1762 (aangifte op 8 apr 1762 door zijn zoon Rokus Schelling, impost F 3),

tr. te Numansdorp op 24 jun 1696 met Barber (Barbertje, Barbera) Pieterse Groeneweg, dr. van Pieter Rockensz Groenewech en Anneken (Annigje) Heijmensdr, ged. te Numansdorp op 28 okt 1668, ovl. te Klaaswaal op 18 dec 1720.

DTB Numansdorp 1-121v

Op 14 maart 1701 compareren Ari Claesse Schellingh en Barbera Pieters Groenewegh, echtelieden wonende te Claeswael, voor notaris Jacob van Bijemont te Claaswaal. Schellingh in redelijke gesontheid, sij siek te bedde leggende, benoemen elkaar tot erfgenamen. De langstlevende sal de kinderen opvoede tot de mondige dage en hen eens in allen f 20.0.0 uitkeren. Zij beiden benoemen tot voogt zijn broeder Johannis Claesse Schelling.

Generatie III

Claes Jansz Schelling (Schellingh), geb. te Westmaas in 1628 (is 52 jaar oud op 21 nov 1680), belijdenis gedaan te Westmaas in 1648, meesterschoenmaker te Westmaas, schepen te Westmaas (1657-1678), buurmeester en kerkmeester te Westmaas, koopt de schoenmakerswinkel van zijn vader te Westmaas op 27 mrt 1650 voor 2200 car.gld, lidmaat te Westmaas “Claes Jansen Schellingh ende Leijchje Pauwels syn Huys-vrouw”, oud-ouderling te Westmaas in 1661, krijgt een huis en erf getransporteerd te Westmaas op 9 feb 1665 door zijn vader Jan Pietersz Schellingh, woont te Westmaas op 4 jun 1690 in een huisje aan de Breestraat, legt een verklaring af te Westmaas op 12 apr 1691 als oud schepen, ovl. na 12 apr 1691,

tr. (1) te Westmaas op 27 okt 1649 met Leighie (Lijgje) Pouwels afkomstig uit Westmaas, dr. van Pouwels Pleunen en Pietertje Aertsdr, ovl. voor 30 mrt 1663.

27 maart 1650 (R.A. Westmaas): Claes Jansz Schellingh koopt de schoenmakerswinkel van zijn vader Jan Pieters Schellingh voor 2200 carolus gld.
29 juni 1654 (R.A. Strijen): Claes Jansz Schellincx is erfgenaam van Janneke Aarts, die lest huijsvrouw was van Jan Pietersz Schellincx.
9 februari 1665 (R.A. Westmaas): Jan Pieters Schellingh transporteert een huis en erf te Westmaas aan zijn zoon Claes Jansz Schellingh
.

25 juli 1650 (R.A. Dordrecht); Claes Jansz Schellinchx en Seijchien Paulusdr maken een testament op bij notaris Schoormans te Dordrecht. Zij benoemen elkaar tot erfgenamen en de langstlevende zal eventuele kinderen 300 carolus gld. nalaten,

tr. (2) te Westmaas op 18 apr 1665 met Ariaentje Ariens de Zeeuw, dr. van Arijen Pieters de Zeeuw en Janneken Pieters Cramer, ged. te Rijsoord op 4 mei 1631 (getuigen: Arien Aerdtz en Roockien Ariens), woont te Westmaas in 1665.

Generatie II

Jan Pietersz Schelling (Schellincx, Schellinck, Schellingh), geb. circa 1588, schoenmaker te Westmaas, vermeld in het verpondingskohier te Westmaas en de Greup in 1626 als “Jan Pieters Schoenma(ke)r (in De Group)” met een gegoedheid van 3000 pond of gulden, vermeld in het kohier der 200e penning te Westmaas en de Greup in 1638 als “Jan Pietersz. Schoenmaecker” eveneens met een gegoedheid van 3000 pond of gulden, vermeldt als lidmaat te Westmaas van 1647 tot 1653, verkoopt zijn schoenmakerswinkel te Westmaas op 27 mrt 1650 voor 2200 car.gld. aan zijn zoon Claes Jansz Schellingh, maakt testament te Dordrecht op 3 jun 1650, is erfgenaam en weduwnaar van zaliger Janneken Aerts Spruijt te Westmaas op 10 apr 1654, oud-ouderling te Westmaas in 1661, transporteert een huis en erf te Westmaas op 9 feb 1665 aan zijn zoon Claes Jansz Schellingh, woont te Mijnsheerenland op 20 nov 1665, begr. te Mijnsheerenland (in de kerk, impost f 6.15.0) op 5 mrt 1667,

tr. (1) met Jaepje Thonisdr, dr. van Anthonie Huigensz en Ingetjen Gerritsdr, ovl. voor 10 okt 1626.

tr. (2) met Marieke Claesdr Melcker, dr. van Claes Ariens Melcker en Heijltje Willemsdr, geb. circa 1600, ovl. te Westmaas voor 1647.

R.A. Heeroudelandsambacht 1-8-1630 : Jan Pietersz, schoenmaeker, man en voogd van Marijtje Claes en wonend te Westmaas. Hij wordt voogd over de drie nagelaten weeskinderen van Jan Claesz Melcker.

tr. (3) met Jannetjen (Jannigjen, Janneken) Aerts Spruijt, dr. van Aert Sebastiaensz Spruijt en Teuntge Sijmensdr, geb. te Barendrecht circa 1600, ovl. te Westmaas voor 10 apr 1654.

Lidmatenregister Westmaas:
“Jan Pieterss. Schelling en Jannigjen Aerts sijn huysvrouw” (register 1647-1651) en “Jan Pietersen Schellingh ende Jannetjen Aerts Spruyt syn huysvrouw” (register 1651-1653)
,

Op 3 juni 1650 maken Jan Pietersz Schellinck en Jannigje Aarts Spruijt hun testament en dispositie van uiterste wille bij notaris Johannes Schoormans te Dordrecht: Jan Pietersz Schellinck vermaakt aan de armen van Westmaas f 100; aan Arie en Beatricx Pieters, zijn broeder en zuster van halve bedde f 100; en aan zijn zonen Claas en Johannes f 600. De schoenmakerij gaat naar zoon Claes Schelling. Jannigje Aarts Spruijt vermaakt aan de armen van Westmaas f 200.
Op 10 april 1654 vindt de boedelscheiding van zaliger Janneken Aerts Spruijt plaats, testamentaire voogden en erfgenamen zijn haar weduwnaar Jan Pietersz Schellingh en haar broers Sijmon Aertsz en Arien Aertsz Spruijt
,

Generatie I

Pieter Lambrechts (Lamberts) Schelling (Schellin(c)x, Schellinck, Schellingh, Scelling(h), Schilling), geb. circa 1560, schout te Cillaarshoek (1607), schout te Strijen (1616-1621), schepen te Strijen (1622-1624), pachter van diverse dorpsaccijnsen te Strijen, procureur en deurwaarder, staat borg voor zijn zoon Pieter Pietersz Schelling in 1617 en 1618, ovl. na 20 okt 1638,

Pieter Lambrechts Schellincx wordt in 1599 voor het eerst vermeld, als Pieter Lambrechtsse den excellente, als hij £18 huur ontvangt vanwege een kamer voor de hellebaardiers.

tr. (1) met N.N, ovl. voor 1587.

Dat Pieter Lambrechts Schelling tweemaal getrouwd is geweest kan geconcludeerd worden uit het testament van zijn zoon Jan, deze spreekt namenlijk over zijn broeder en zuster van “halve bedde”; stiefbroer en stiefzuster dus: Testament en dispositie van uiterste wille van Jan Pietersz. Schellinck en Jannigje Aarts Spruijt. Jan Pietersz. Schellinck vermaakt (o.a.) aan Ary en Beatricx Pieters, zijn broeder en zuster van halve bedde f 100,

tr. (2) circa 1587 met Trijntje Jans (Catharina Jansdr Lievens), dr. van Ds. Jan Lievens, ovl. te Strijen voor 21 mrt 1612.

Op 21 maart 1612 vindt voor de Weeskamer van Strijen de boedelscheiding plaats van wijlen Trijntje Jans. Haar erfgenamen zijn haar weduwnaar Pieter Lambrechts Schellincx en de kinderen Jan Pietersz. oud omtrent 24 jaar en Pieter Pietersz, oud 18 jaar.